BOEKENBEESTEN

                                                 De boekenbeesten

 

Ze bestonden écht! Emma was er zeker van! En nee ze was geen klein kind meer. Zestien was géén kind! Het was ook niet zo dat ze, alles wat men haar zei, geloofde. Maar dit, dit had ze met haar eigen ogen gezien.

De leerkracht Nederlands had hen een nieuwe boekopdracht gegeven. Ze had nog geen grijze haren, was zelfs redelijk mee met haar tijd, en wist heel goed welke boeken in trek waren bij pubers. Waarom ze dan zo nodig een project had willen starten met die grijze muis van geschiedenis, was Emma een raadsel. De boekenlijst was helemaal niet geweest wat ze had verwacht. Bibliografieën over koningen uit een ver verleden? Saaier dan dat kon niet! De teleurstelling had op Emma’s gezicht in hoofdletters gedrukt gestaan. “Zoek eens een ander hoekje in de bib op,” had haar leerkracht gezegd wanneer ze de blik op Emma’s gezicht zag.

En zo kwam het dat Emma de dag ervoor door weer en wind naar de bib was gegaan. Haar jeans was helemaal doorweekt en langs de naden van haar jas, kon ze de nattigheid voelen doorsijpelen op haar trui. Terwijl ze de ritssluiting van haar jas opentrok, vroeg ze de man aan de balie, waar ze naslagwerken over koningshuizen in Europa, kon vinden. Die man bezat het knuffelgehalte van haar opa, vond ze. Hij bekeek haar even van over zijn leesbril die op het puntje van zijn neus stond. Aan zijn licht overhangend buikje kon Emma zien dat hij ongetwijfeld ergens zelf gebakken wafels voorgeschoteld kreeg. Zijn glimlach was op en top vriendelijk en wanneer hij sprak wiebelden zijn wangen net iets te enthousiast.  Hij liet haar weten dat ze inlichtingen mocht komen vragen, wanneer ze een boek niet vond. Daarna stuurde hij haar de trappen op.   

Derde verdiep, helemaal ten einde de gang in het verste hoekje dat er te vinden was. Geen mens kwam ooit tot daar. Dat was ook helemaal niet erg, want het zorgde ervoor dat de kans om bekenden tegen te komen aanzienlijk verkleinde. Het zou geen goed doen voor haar imago, als ze hier werd gespot door haar vriendinnen. En wanneer het er op aankwam, was het van levensbelang om in de groep te passen. Als dat betekende dat je je in stilte ging begraven, in de verste uithoek van de bib, so be it. Emma had zelfs nog getwijfeld of er ooit wel iemand de moeite nam om de trap naar de derde verdieping te beklimmen. Als stond er achter het laatste boekenrek een vrij grote zithoek. Het leek bijna, alsof er iemand hier veel volk verwachtte.

Terwijl ze tussen de rekken doorliep, hield ze haar ogen op de boeken gericht. Afwezig liet ze haar handen door haar lange bruine haren glijden in de hoop ze een beetje te kunnen ontwarren. Het was muisstil in de zaal, op een bijna ritmisch wederkerend plonsje na. Het constante gedruppel was haar al eerder opgevallen. Het dak van de bib bleek de eerste tekenen van sleet te vertonen. Wat ze niet had gezien, was de emmer die de natte bewijzen moest opvangen. Haar zijwaartse stap leidde bijna tot een plaatselijke waterplas, doordat ze over de half volle emmer struikelde. Op het ogenblik dat Emma haar miskleun probeerde te beperken, hoorde ze duidelijk gegiechel laag bij de grond, aan de andere kant van het boekenrek. Ze liet zich zakken. Met haar ogen op spleetjes, probeerde ze tussen de boeken door te pieren. Ondertussen vroeg ze zich af wie het geluid kon hebben voortgebracht. Aangezien Louis XIV en Hendrick VIII hun stemmen al lang waren verstild, moest het iemand anders zijn. Er was duidelijk gefluister te horen en lichte snelle stapjes maakten het allemaal nog wat raadselachtiger.

Ieder ander pubermeisje zou op zo’n moment de longen uit haar lijf schreeuwen. Zo zat Emma niet in elkaar. Ze was een harde. Eentje die net als al de andere meisjes met felgekleurde nagels rondliep maar net zo goed met de jongens op de vuist ging wanneer ze dat nodig achtte. Met andere woorden; Emma. Was. Nooit. Bang. Op handen en knieën volgde ze de stapjes die ze aan de andere kant van het rek hoorde. Totdat het getrippel stopte. Emma nam een dik boek, vijfhonderd pagina’s of meer, van de Zonnekoning en trok hem met een ruk uit het rek. Vervolgens keek ze recht in de ogen van iemand die ze zich maar al te goed herinnerde vanuit haar kindertijd. Giechel. Haar mond viel letterlijk open van verbazing. Uit angst dat ze nu wel zou gaan gillen, perste ze haar lippen op elkaar. Het beest verdween even uit het zicht om een tel later aan haar kant van het boekenrek tevoorschijn te komen. Amper had ze de tijd gekregen om te bekomen, of er verscheen een tweede boekenbeest vanachter het rek. Histor.

Met grote ogen keek Emma van het ene boekenbeest naar het andere. Beiden waren ze kniehoog. Giechel, oranje van kleur en een belachelijk grote glimlach, deed haar denken aan een vrolijk monstertje. Alles aan hem was grappig. Zelfs zijn grote tanden en het wanordelijke piekjes-kapsel waren lachwekkend. Histor daarentegen, was in een blinkend harnas gehuld, vanwege overduidelijke redenen. Telkens wanneer hij een stap zette, hoorde ze het metaal van zijn harnas tegen het wapenschild kletsen. Emma knipperde met haar ogen. Ze was er bijna zeker van dat zo meteen haar wekker zou af gaan. Het zou het einde kunnen zijn van deze geweldige droom.

Giechel, die waarschijnlijk helemaal niet in staat was om niet te lachen, straalde wanneer hij haar aankeek.

‘Hey Emma, dat is lang geleden.’

De zin was amper uitgesproken of het beest begon te lachen. Het was geen gegiechel, nee, een regelrechte schaterlach die door de ruimte leek te galmen.

‘Ze is geschrokken, Giechel. Nu is niet het moment om te lachen.’

Histor klonk heel serieus. Hij rook ook naar serieuze eau de cologne. En de manier waarop hij sprak was wijs. Alsof hij alles wist wat er te weten viel. Nooit had Emma zich kunnen voorstellen dat de beesten zo zouden zijn. Hun maniertjes, die had ze nooit gekend.

Wat had ze van het boekenbeestenlied gehouden toen ze een jaar of tien was. Meer dan haar klasgenootjes had ze geprobeerd zich de beestjes voor te stellen. Ze waren letterlijk de bouwstenen van haar boekverslaving geweest. Emma kende ze allemaal, wist waar ze voor stonden. Toch was haar liefde vooral uitgegaan naar giechel. Zo fantaseerde ze vaak dat hij met haar meelas, wanneer ze boven op haar krappe zolderkamer in een boek wegdook. In haar fantasie was Giechel diegene die met haar meelachte, wanneer ze Mathilda van Roald Dahl en zoveel andere boeken las. En nu, terwijl ze het onwijs dikke boek over één of andere Franse koning in haar handen hield, stond hij recht voor haar.

‘Ik ken jullie.’

Dat was het enige wat Emma kon uitbrengen. Wat een heel belachelijke opmerking was, aangezien iedereen van haar generatie, willen of niet, de boekenbeesten kenden.

Histor, lachte naar Emma en wenkte haar mee naar de zithoek die achter het laatste boekenrek stond. Ondanks hun kleine gestalte, bleek geen van beide boekenbeesten moeite te hebben om op de stoelen te kruipen. Emma vergeleek ze met haar kleine stief broertje, die op een zelfde manier de stoel zou beklimmen. De zaal was in stilte gehuld. Minus het geluid van metaal dat tegen metaal botst en een schaterlach om U tegen te zeggen. Eens gezeten nam Histor het woord. 

‘Ik heb begrepen dat jij niet zo gek bent op mijn collectie. Nochtans is het mijn levenswerk en zijn sommige van deze boeken van onschatbare waarde.’

Terwijl hij sprak kraakte zijn stem van de alwetendheid. Wat Emma haar nieuwsgierigheid alleen maar prikkelde.

‘Kom morgen nog eens terug, Emma. Giechel zal met je meelezen. Je zult zien dat er met Louis de zoveelste, best af en toe te lachen valt.’

Met het boek onder haar arm en haar hoofd nog vol van de dingen die haar net overkomen waren, liep Emma de zaal door. Ze ging naar beneden en liet het, veel te dikke exemplaar, door de bibliothecaris inscannen.

Voor ze de deur uitliep, draaide ze zich nog één keer om en zag ze Fantom, een mini spookje voorbij de deur van de jeugdbib sprinten.

Oh, ze zou terugkomen de dag nadien! Daar was Emma zeker van!