MIJN COMA

                                                    Mijn coma

 

Ik lig in een bed en het is niet het mijne. De dunne deken spant een beetje aan mijn tenen. Het lijkt wel alsof ik hier helemaal niet thuishoor. Ik voel me zoals een wortel in een pot aardbeienconfituur.

Mijn ogen houd ik dicht, voelen zwaar aan. Ze missen niets op dit ogenblik. Alleen glazen wanden met hier en daar enkele smurfen erop gekleefd. Ze staren me aan alsof ze me willen vertellen wat ik hier lig te doen. Ik wil het niet weten. Volgens mij spannen ze samen met de witte jassen en hun naalden. Het zorgt ervoor dat ik me heel alleen voel.

Ik hoor de deur opengaan. Met mijn ogen dicht, luister ik hoe ze een stoel bijschuift. Ze strijkt enkele haren die er helemaal niet zijn uit mijn gezicht en fluistert me lieve woordjes toe. Haar geur kruipt in mijn neusgaten. Haar deodorant die naar een bloementuin ruikt, vermengd met de wolk van sigarettengeur dat haar omringt. Wanneer zij bij mij is, zijn zelfs de witte jassen niet zo eng. Voor haar wil ik dapper zijn en open ik mijn ogen om te kijken hoe de wereld er vandaag uitziet.