VERSTOPPEN

Verstoppen

 

Mijn ogen schieten open wanneer ik wakker schrik en ik vraag me af wat me in hemelsnaam kan gewekt hebben. Even denk ik dat het de lichtruwe, warme hand moet zijn die op mijn buik vertoeft en zich een weg naar mijn borsten wurmt. Het duurt hooguit twee seconden of ik hoor mijn vaders stem die vanuit mijn woonkamer mijn naam roept. ‘Waarom heb ik mijn ouders ook weeral een sleutel gegeven?’ Meteen zit ik rechtop en voel ik het goddelijke lichaam naast me in beweging komen. In een reflex leg ik mijn hand op zijn mond en houd daarbij, totaal overbodig mijn wijsvinger voor mijn lippen. Niemand weet van dit prachtexemplaar en dat wil ik het liefst zo houden.

Weer roept mijn vader mijn naam. Iets dringender deze keer. Ik antwoord, enkel om hem een teken van leven te geven. Ik kan me zo voorstellen hoe hij daar aan de andere kant van de deur staat. Handen in zijn zijde en zijn rechter voet die op een regelmatige tempo de grond raakt. Het ongeduld hoor ik kraken in zijn stem, terwijl hij me door de deur heen herinnerd dat ik heb beloofd om mee koffie rond te dragen op een begrafenis. Het klopt, ik heb het geld broodnodig! Maar wat moet ik met Adonis doen? ‘Ik kom papa, ik kom.’ Ik buk me en plant mijn lippen op die van mijn persoonlijke wonder en laat me wat verder zakken tot wanneer mijn mond zijn oor raakt. ‘Trek de deur straks achter je dicht. Bel me!’ Nog even snuif ik zijn pure mannelijke geur op. Ik sluit mijn ogen en denk, ’Hier zal ik het mee moeten stellen deze ochtend.’

Ik spring uit bed en haal mijn enige mantelpakje tevoorschijn. Een aanpassend rokje met bijhorend vestje dat me een maand op droog brood heeft opgeleverd. Het is een beetje gedateerd, en marine blauw, omdat dat een paar jaar geleden zo in was. Al betwijfel ik dat het de nabestaanden zal opvallen. Terwijl ik mezelf in mijn kleren wurm werp ik een snelle blik in de spiegeldeur van mijn kleerkast en ontmoet twee grijze ogen die mij donker vanuit het bed aanstaren. Er ontsnapt mij een beschamend meisjesachtig gegiechel. Mijn gevoelens bij dit prachtexemplaar lijken behoorlijk veel op die van Bella in de boeken van Twillight. Er is geen sprake van kriebels in mijn buik. Nee, hij veroorzaakt stormen die zich huisvesten diep in mij. Kolonies vlinders die hun vrijheid lijken te vinden. Na een laatste blik achterom open ik mijn slaapkamerdeur die, jawel, meteen in de woonkamer uitkomt en begroet ik mijn vader.

Hij heeft niets door, bekijkt me even vanop armafstand en knuffelt me. Vervolgens kijkt hij vol ongeduld op zijn horloge en trakteert me op één van zijn wijze lessen. Planning en organisatie, wat me blijkbaar vandaag niet zo goed gelukt was, laat hij zich terloops ontvallen. Terwijl ik hem zijn pleziertje gun en zijn preek aanhoor, buk ik me en neem mijn sleutels die op de salontafel liggen. Naast de tafel, open en bloot in het salon staat een paar grote zwarte legerbottines op minder dan een halve meter van mijn vader. Paniek raast door mijn aderen en mijn hart klopt zo luid dat ik er zeker van ben dat mijn vader het kan horen. Gelukkig verliest de man veel uit het oog wanneer hij me zijn levenslessen laat horen.

Later in de wagen ligt er een zweem van een glimlach op mijn lippen. De gedachte aan het geweldige lichaam dat nu door mijn appartement wandelt doet wat met me. Een blik op mijn vader zorgt er dan weer voor dat mijn lijf niet meer dan lauw-warm kan worden. Wanneer ik naar hem kijk, vraag ik mezelf af hoe hij die bottines heeft kunnen missen. Doet hij alsof hij ze niet heeft gezien? Of gelooft hij nog steeds in de pure onschuld van zijn dochter?

Ik ga voor het laatste.